Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan weerskanten van de tafel, in twee rijen tegenover elkander, begon één met plechtig-gedempte stem het „Benedicite"; allen volgden hem na.

Hierop begon men te eten; onderwijl werd er voorgelezen. Als allen geëindigd hadden gaf de prior een teeken, de voorlezer sprak eenige woorden, waarop allen: „deo gratias", de prior luidde de schel, hief een psalm aan, waarmede allen instemden, weer een buigen naar het kruis en in volgorde verlieten ze de zaal in optocht naar het koor der kerk; daar werd de dagdienst gezamenlijk besloten.

Dan was de tijd gekomen, dat ieder zich begaf naar zijn „cella" 1). Daar konden ze tot zichzelve inkeeren en ongestoord Gods aangezicht zoeken, daar bevonden de vrome mannen, wier geheele leven een zoeken van God was, zich weer alleen met God, daar onderzochten ze hun gedragingen, klaagden ze hun schuld, daar smeekten ze en baden om verlossing van zonden, om bevrijding van verzoeking, daar, geheel afgesloten van de wereld, in een enge ruimte, alleen, en toch niet kunnend ontkomen aan de fluisteringen van Satan, was het, dat ze zich pijnden en kastijdden. Wie zal kunnen beschrijven alle angsten, alle zieleworsteling, doch ook alle goddelijke genietingen 3), alle zalig verzinken in

1) Ieder had zijn eigen cel d. i. afgeschoten ruimte in een gemeenschappelijk slaapvertrek.

2) Et ibi seipsum super se levans ac Angelorum choris, Sanctorumque

consortiis frequenter se consocians, in corde puro, conscientia bona, et fide

Sluiten