Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God, welke in die stille avonduren de harten der kloosterlingen ontroerden. In die uren was het, dat ze voornamelijk door God bekrachtigd werden voor hun leven van algeheele zelfverloochening, in die stille schemeruren, wanneer hun geest ontvonkt werd door de werking van Gods Geest*), werden wellicht die woorden neergeschreven, die ons nu nog zoo heftig kunnen aangrijpen. Bekend is de liefde van Gerlach Petersz. en van zijn consiliarius Johannes Scutken voor hunne cel. Van dezen laatste lezen we2): „Libenter fuit in cella cum Deo occupatus, cellam pro paradiso terrestri reputando, quamdiu peregrinus et incola fuit in mundo. Et cellam fecit caelum, caelestia meditando, Deum in corde suo continue portando, frequenterque se Deo in caelis praesentando, immo et spiritus sancti praesentiam, angelorumque frequentiam in cella secum praesentiens, cum in cella id ageret, quod angeli in caelo, Deum videlicet cognoscere, amare et videre, quandoque Deo frui, ipsique vacare, cum ubique veritas praesto sit ea frui valentibus".

Van groot belang voor een goed inzicht in het geestelijke leven der kloosterlingen is de kennis hunner

non ficta, Deo se praesentavit (zie hierover beneden Hoofdst. IV), aeterna veritate in dulci cordis jubilo, internis mentis oculis limpidius conspecta, quaesit sanctorum gloria, qua laetatur in Patria, caelicolarum curia, regem donantem praemia sua cernens in gloria, utcumque praegustavit. etc. Chron. Wind. 576, 577.

1) Chronic. Wind. Lib. II, LXIV, „et spiritum sanctum in ipso loquentem aperte cognoverunt".

2) Chron. Wind. pag. 577, 578.

Sluiten