Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eens in de week 's morgens vroeg kwamen allen in het kapittelhuis bijeen, en dan elke week bestond er gelegenheid elkaar en zichzelf aan te klagen, een openlijke schuldbelijdenis, waar geen vergrijpje mocht worden vergeten. Acquoy deelt ons veel mede van de groote ziekelijkheden, waartoe dit aanleiding gaf. Dat moet tot een angstvallig, kleinzielig waarnemen van zich en anderen hebben gevoerd!

Al kunnen we, naar mijn meening, moeielijk zondigen door te groote openheid, een zich zóó geheel verplicht binnenste buiten keeren elke week ten aanhoore van alle kloosterbewoners, waarmede men dag in dag uit gedwongen is te verkeeren, komt me onstichtelijk, zelfs beslist demoraliseerend voor. Een zoo angstvallig uiten voor menschen, een zich moeten onderwerpen in alle dingen aan menschelijk oordeel, vervreemdt ons van God, maakt ons ook kleinzielig in onze schuldbelijdenis tegenover God, verstompt alle waarachtig zondegevoel.

Op alle vergrijpen stond straf, bij lichtere alleen een ootmoedig vergiffenis vragen, bij zwaardere geeseling op ontbloote schouders en rug. Op sommige zware misdaden stonden vaak zeer zware straffen, waarbij men zich wendde tot de overheid. Hoewel uit Windesheim slechts enkele zwaardere vergrijpen bekend zijn, deze zijn voldoende om ons hierin ook alweer duidelijk de dwaling te doen inzien, dat men door wereldontvluchting, ascese of kastijding de zonde ontkomt. Het is dezelfde dwaling, die ook reeds in

Sluiten