Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachten, demonische machten bestrijdend; hij wil God zien, tot Hem naderen, genieten in de sferen van Zijn licht; en dan ziet hij God ook en Christus en engelen, hij gevoelt het: Gods geest spreekt in hem. Zijn cel lijkt hem een paradijs, als in den hemel gevoelt hij zich, hij ziet verloste heiligen bloemen strooien, doch in al die verrukking gaat hij niet boven zijn verbeelding uit; hij ziet zijn God, zijn Christus, den God en Christus zijner inbeelding.

Dit is het wanhopige van dit rusteloos strijden, dat het in plaats van ons nader te brengen tot God, ons van God verwijdert. Hoe vuriger die worsteling om heiliging is, des te verder staan we af van het ootmoedig zondebesef, dat alleen door ingrijping van hooger hand, verlossing, verkwikking en rust verwacht.

Het verkeer met zoo'n man vermoeit, omdat het in ons den drang verlevendigt, dien we allen in ons hebben, den drang tot zelfverlossing, tot zelfheiliging. Het in gedachte verkeeren in zoo'n stil, rustig klooster, 't schijnt zoo vredig, doch zoo we eenigszins doordrongen worden van hun Geest, wekt het oniust en vermoeienis, 't Geeft vermoeienis te bedenken, dat hij 't niet alléén was, die in zijn eenzame cel zich zoo tot God heiligde, doch om hem tachtig cellen, buiten zijn klooster honderden kloosters, geheel de wereld over kloosters, van het begin der Christenheid tot nu toe tallooze kloosters, en in en buiten die kloosters tallooze menschen, die zoo strijden om door heiliging God te grijpen, God tast-

Sluiten