Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar te gevoelen; ze winden zich op tot „dronckenheit , in de hoogste extase gevoelen ze zich wellicht opgeheven tot God, doch al die „dronckenheit", dat zalig genieten is van de aarde aardsch en geeft geen vrucht dan vermoeienis; we kunnen God niet benaderen, we kunnen God niet door heiliging ontmoeten, het zoo strijden van al die menschen vruchteloos ! dit bedenken is vermoeienis.

Rijk aan gebeurtenissen is Gerlach's leven natuurlijk niet; voor zooverre we het leven der kloosterlingen kennen, kennen we zijn leven ook, uitwendig is haast alles gelijkvormig, doch we hebben hier niet al te zeer te klagen, daar ons uit het leven van Gerlach meer individueele trekjes zijn overgeleverd dan uit het leven van de meeste anderen. Uit den aard der zaak vloeit de stof van dit en het volgend hoofdstuk wel wat ineen; beter dan uit de berichten zijner tijdgenooten, kennen we hem uit zijn geschriften, waar hij zich zelf in zijn diepste leven geheel gaf.

't Was in het jaar 1378, dat hij te Deventer geboren werd. Van zijn familiebetrekkingen is ons slechts weinig bekend. Zijn moeder Gese (of Gijse) behoorde tot de devoten en was welgesteld1). Van zijn zuster Lubbe2) vernemen we, dat ze „ene vuerige, oprechte maget" was en als „procutaresse" onder de begijnen

1) Dit laat zich toch afleiden uit dit bericht in de Chron. Wind. (pag. 127). Gesa de Daventria, mater fratrum nostrorum, Gerlaci et Andreae, ducentos [dedit] florenos Rhenenses [monasterio nostro in Windesem].

2) In het volgend hoofdstuk komen we op haar terug, daar aan haaide twee overgeleverde brieven gericht zijn.

Sluiten