Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichtmis achtte hij daartoe het meest geschikt. Gerlach, die een „recht suverlick persoon" was, een jongeling „decorus aspectu et pulcher facie" zou „onze lieve Vrouwe wesen ende dat kindekijn offeren." We kunnen ons voorstellen, dat Heer Horens in spanning dat oogenblik te gemoet zag, steeds over hem wakend en hem gadeslaande. Gerlach zich geheel betrouwend aan de leiding van zijn leermeester, star starend op dat ééne punt, dat steeds naderbij kwam.

De groote dag was aangebroken; voordat de feestviering begon waren Florens en zijn leerling nog te zamen geweest en hadden afgesproken, dat zijn knielen bij het offeren van het kindekijn, een teeken zou zijn, dat hij ook zichzelven geheel den Heer ten offer bracht:) en zijn reinheid toewijdde aan den Heer. Meester en leerling gingen uiteen-, met een brandend hart betrad Gerlach in plechtige processie het heiligdom ; Florens' blikken hadden hem spoedig te midden der anderen gevonden. Aandachtig

i) „se deo offerre", „cor suum deo praesentare", „hem zelven offeren" zijn uitdrukkingen voor een eigenaardige uiting van vroomheid, waarvan we veelvuldig gewag vinden gemaakt. Otterloo, Joh. Ruysbroeck pag. 128. „Hij wilde nooit ingespannen zijn met eenig uitwendig werk, zonder inwendig al wal hij deed, met vrome toewijding zijner ziel „Gode te offeren." Chron. Windes, pag. 585. Libenter fuit [sc. Gerlacus] solus et in bonis occupatus, cor enim tune suum liberum et expeditum ab omni extrinseeo impedimento, Deo praesentavit." Zie verder Delprat, blz. 258, vgg. en Moll, Kerkhist. Arch. U : 155, waar deze uit R. Dier de Muden citeert: „ipse [sc. Gherardus Magnus] habuit consuetudinem sepius per diem se ipsum offerendi Domino, unde quadam die lamentabiliter conquerebatur et semetipsum arguit, quod in ipsa die non nisi decies semet obtulisset Domino".

Sluiten