Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poenam transitoriam ad gloriam martyrii sempertinam paternaliter properasset infirmitate ad vitalia transeunte, ad extrema properavit."

Tot in den dood toe zou hij gehoorzaam zijn. Op zijn sterfbed vroeg hij aan den prior Vos of deze zijn „devota exercitia", die hij in oogenblikken van bezieling op strookjes papier, stukjes lei of perkament had neergeschreven, vernietigen wilde. Hij had ze alleen voor zichzelf neergeschreven, zijn intiemst leven had hij er in gegeven.

We hebben allen een zieleleven, dat verborgen is voor de menschen, aan God alleen bekend; zijn verborgen omgang met God had hij geheel blootgelegd in zijn „exercitia." We begrijpen het verlangen van den stervende. Het is hem pijnlijk te denken, dat anderen na zijn dood zijn geheimst leven zullen doorgronden; we gevoelen in dit verzoek ook de nederigheid van den man, die zichzelf, zijn leven erg onbelangrijk vindt, te onbelangrijk dan dat anderen na zijn dood er zich nog in zullen verdiepen.

Doch des priors' antwoord was: „ Lieve broeder, laat dat aan mij over; ik zal daar wel mede handelen, gelijk het best zal zijn." Aan dit misschien wat ongevoelige, doch zeker verstandige antwoord hebben we het meesterstuk van Gerlach Petersz, volgens de Port-Royalisten „the masterpiece of mystic theology" zijn „Ignitum cum Deo soliloquium" dat hem den naam gaf van „alter Thomas a Kempis", te danken.

Sluiten