Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijfentwintigste levensjaar had bereikt. De titel uit een hs. en ook Johannes Busch geven als doel van het schrijven op: „pro danda occasione spiritualis exercitii bonae voluntatis clerico".

Dr. Acquoy meent:) dat hij het schreef te Windesheim, naar de gewoonte van velen in die dagen, als richtsnoer voor eigen wandel. Volgens hét vermoeden van dr. A. behoort het tot een soort godsdienstig-letterkundige voortbrengselen, toen zeer geliefd, „proposita" genaamd. Van Gerrit de Groote is ons zulk een werkje overgeleverd: Conclusa et proposita, non vota, in nomine Domini a magistro Gerardo edita". Dus geen geloften, doch besluiten en voornemens, geen verbintenis, doch men schrijft zich zelf voor, wat men doen moet. Zoo is het mogelijk, dat met den „clericus bonae volentatis uit het bovengemeld opschrift Gerlach zelf is bedoeld. Om zijn Soliloquium is Gerlach „alter Thomas a Kempis" genaamd. Het meer praktisch-moralistische van het „Breviloquium" vertoont haast nog meer overeenkomst met de „Imitatio" van Ihomas.

Het „Breviloquium" is ons overgeleverd in twee handschriften (in de Bourgondische bibliotheek te Brussel). Naar deze hss. gaf Moll zijne uitgaven in het Kerkhist. Arch. dl. II, pag. 174—199. Ook is er een vertaling van dit geschriftje op de koninklijke bibliotheek, met den titel: „Die corte spraecke vanden weerdigen en verlichten Gerlacus, Priester en

1) KI. v. w. I, p. 278, 279.

Sluiten