Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoonste daaruit is ons in deze bloemlezing bewaard. Deze brief is meer speculatief, in sommige gedeelten van verhevener taal dan de eerste. De twee laatst behandelde geschriftjes zijn dus ontdekt en voor het eerst uitgegeven door Moll, welke eenige uitgave we hebben gebruiktx).

Uit de geschiedenis van het vierde geschriftje meldde ik u reeds iets bij de behandeling van Gerlach's leven 2). Dit geschriftje is geheel samengesteld uit die devota exercitia, welke hij in rijper jaren had neergeschreven. Invallende gedachten, opwellingen, vurige uitingen uit hoogtijden van zijn geestelijk leven. Hij schreef ze maar zóó op stukjes perkament of lei, als de Geest hem dreef „pro sua de votione in ipsa religione conscribens"3). Hieruit kunnen we dus opmaken in aansluiting aan het verhaal van Gerlach's gesprek met Joh. Vos op zijn sterfbed, dat deze laatste de redactie van zijn schriftelijke nalatenschap toevertrouwde aan den consiliarius van den gestorvene, den bekend ijverigen afschrijver, compilator en vertaler.

r) Kerkhist. Arch. dl. II, p. 199—229.

2) Zie boven pag. 52.

3) Busch schrijft hierover p. 523: „ quomodo cuncta visibilia et

omriem creaturam mente sua transiliens, unum summum bonum, aeternam veritatem, sapientiam et aequitatem ignito amore fuerit contemplatus, ante conspectum Dei incommutabilis; extra omne tempus, locum et habitum se

ponens, testatur alter eius Libellus soliloquium, cuiusdam etc Quem

inquam libellum in diversis membranis, quatemulis aut petris, ad instinctum Sancti Spiritus pro sua devotione in ipsa religione conscribens, per capitula non distinxit; sed eius consiliarius Joannes Scutken clericus praefatus, per eius decessum in formam quae nunc habetur certis titulis, singulis capitulis praemissis, ipsum satis apte distinxit.11

Sluiten