Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam later een Fransche '), een Duitsche van Gerard Tersteegen3), de Latijnsche tekst werd bij herhaling gedrukt3), de beste gezuiverde uitgave van Strange in de Bibliotheca mystica et ascetica bij Heberle (1849), verder nog twee Duitsche uitgaven4'). Moll drukte in 't Kerkhist. Arch. II, pag. 234—245, 4 hoofdstukken uit de uitnemend Dietsche vertaling en 3 in den Latijnschen tekst af.

Wanneer we niet geheel in ons zelf opgaan, genoeg hebben aan eigen overdenkingen, maar wanneer in ons is een liefde, die uitgaat tot anderen, wanneer er in ons is een verlangen en behoefte naar geestelijke inwerking van anderen tot verhooging van eigen geestelijk leven, dan moeten het voor ons

1) Zegsman voor het bestaan dezer uitgave was J. M. Neale, A history of the so called Jansenist Church of Holland, Oxford 1858, p. 89, ook Pierre Poiret, De auctoribus mysticis (1708) kende deze uitgave. Moll noch Acquoy hadden ooit zoo'n vertaling gezien, totdat prof. Acquoy in 1891 te Leiden een exemplaar ontdekte en kocht. Deze uitgave door hem beschreven in „Handelingen en Mededeelingen van de Maatsch. der Nederl. Letterk. te Leiden (1891 —1892), Leiden E. J. Brill". Titel is „Les soliloques de Gerlac, chanoine régulier de 1'Ordre de S. Augustin, dit un autre Thomas a Kempis, a Paris, Chez Charles Savreux, MDCLXVII. Dit zeldzaam boekje is thans, naar me gebleken is, in de Koninkl. Biblioth. te 's Gravenhage.

Het bevat „La vie de Gerlac (p. 1—87), ontleend aan Busch, dan „Les soliloques de Gerlac" (p. 1-^-243), en hierachter een ander geschriftje. Moll acht het waarschijnlijk, dat deze vertaling te danken is aan de zorg der Port-Royalisten.

2) Deze beleefde vier uitgaven.

3) Te Keulen 1516, te Parijs 1669, te Keulen 1711, te Keulen ed. Strange 1849.

4) Een bij Heberle (1849) en één van Nic. Casseder (1824 en 1849).

Sluiten