Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilige, heerlijke uren zijn, wanneer in eenzame kamerstilte een stem uit zoo verre eeuwen tot ons spreekt uit zijn omgang met God.

O hoe wonderlijk is het toch, dat we in zoo innig geestelijke betrekking kunnen staan met één, wiens zijn hier op aarde reeds eeuwen geleden is. Het meest reëele van zijn bestaan heeft hij tot uiting gebracht in woorden; worstelend heeft hij naar uitdrukking gezocht en het vastgelegd in woorden; dat gloeiende leven heeft hij trachten weer te geven in woorden; die woorden zijn neergeschreven en nu gedrukt komen ze tot ons. En hoe vreemd, hoe wondervreemd dat onreëele, die gedrukte letters op papier, die woorden, ze kunnen weer bij biddende lezing iets wekken van die meest zekere realiteit, waarvan ze de uitdrukking zijn.

De geschriften van iemand als Gerlach — ik heb het al vroeger gezegd — wekken strijd en onrust. We kunnen niet anders verwachten van iemand, die geen „Te Deum" of kerkgezang kon hooren of hij liep geheel in vervoering rond, de armen, de oogen ten hemel heffend, zich uitend in vreemde, onsamenhangende geluiden. De uitingen van zoo'n man en nog wel de uitingen, die alleen neergeschreven zijn in oogenblikken van groote opgetogenheid des geestes, van groote vervoering, moeten ons door de ziel gaan. 't Geeft onrust iemand te ontmoeten, die verteerd wordt door de dorst naar realiteit, realiteit in al dit vergankelijke, zwevende, ijle, onvaste;

5

Sluiten