Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we: „longitudo, latitudo, sublimitas et profundum omnium quae caste desiderari possunt .

We moeten het kruis echter niet liefhebben, omdat we hooren, dat het zoo zeker, zoo vrij en zoo breed is, want dan hebben we niet Gods eer doch ons eigen voordeel op het oog. Wie zich geheel aan den Heer geeft, aan hem geeft God zich ook geheel, dan zijt ge rijk, vol, niets behoeft ge meer, niets begeert ge meer, „ecce qualis permutatio!

Doch zoo ge u weer hierom aan den Heer wijdt, zijt ge op een dwaalweg: „wie het zoo opvat, is ver van het kruis verwijderd"1).

We moeten nooit murmureeren, wanneer we tegenspoed ondervinden, verdiend of onverdiend, „sed corde tacito, vultu humili, maturo et placido, mens per omnia bene sibi conscia, conservet patientiam ~).

Beschouw uw ziekten en gebreken als rijke gaven Gods „quos Deus amat, arguit et castigat" 3). 't Is een eer dat ge moogt lijden. Zie hierin op Christus. Laurentius brak uit het diepst van zijn hart uit in deze woorden : „Gratias ago Deo meo, quia hostia eius effici merui". „Quid humilitatem et patientiam, nutrices cunctarum virtutum, sic homini inserit, imo in homine inserit, sicut despectio et corporalis infirmitas ?" *)

1) Als kantteekening staat hierbij: „Puri est animi Deum quaerere propter Deum". Augustinus. Vergel. ook L. II. 2: „Een cuusch minre minnet God puerlic om God".

2) S. 37. p. 161. 3) Br- 33-

4) Deze woorden krijgen meer leven voor ons, wanneer we denken aan zijn langdurig smartelijk lijden door het graveel. Lees over zijn gelatenheid en zijn dankbaarheid daarover aan God: Chron. Wind. p. 53°*

Sluiten