Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilig zijn, een welriekend offer om God te eeren. De geheele schepping moet God eeren. Daartoe moeten we alle booze machten en zonden bestrijden, daartoe moeten we voor anderen bidden, in anderen het geloof versterken; blijde moeten we zijn, de geheele schepping, ze moet ten slotte zingen, God lovend, God eerend.

Is het u onbekend*), zegt de Godvormige bruid (sprekende in den geest der waarheid), dat het mij gegeven was door genade, zonder vorm en voorstelling, me geheel naakt te stellen vóór het aangezicht van de eeuwige, onveranderlijke waarheid, van het eeuwig zich gelijke Wezen, dat eeuwig is, wat het is, dat alleen waarachtig uitgaat in alles „et intus totaliter permanens". Ik had me boven alle gestalte der dingen verheven en die doorbroken; ik zag alleen in het geschapene, wat goddelijk is, in het groote en het kleine. Zoo kan niets mijn innerlijk beschadigen. De godvormige ziel is niet alleen zalig in eenzaamheid, rust of stilte, doch altijd, buitenshuis, op reis, in den omgang met anderen, in den arbeid, in lijden en ellende, want altijd staat ze vóór de waarheid, overal en altijd is ze „ardentissimo affectu unitus veritati et beatudini".

Onveranderlijke waarheid, Licht mijner oogen, eeuwige wijsheid en gerechtigheid, eeuwige vrede, mijn hoogste, eenige goed, mijn sterkte en mijn roem, in U ben ik vrij, wijd kan ik loopen, buiten

i) s. 8.

6

Sluiten