Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u, „coactor undique nirnis". „Aufer velamen, purga faciem, ut manifeste videam te, utque tenebris cordis effugatis, iam in lumine tuo Divino gaudens exaltet animus, celeriter currat, et in dulci iubilatione te laudet et exaltet" J). Doch wie, o Heer Jezus, kan u volgen, waarheen ge gaat? welk sterveling vermag de eeuwige wijsheid te volgen „attingens a fine usque ad finem et disponens omnia suaviter". Zie, mijn oog en mijn hart kan slechts weenen, wanneer ik voor uw' aangezicht sta, want het eenige wat ik doen kan is enkele zwakke schreden naar U te richten, „nimis a meipso ligatus et constrictus". O schenk me Uw hulp, verbreek alle banden, erbarm U mijner, verdelg al wat me benauwt, me insluit, me den weg verspert, wil me brengen „in gradum pristinum juxta te, ut jam non sim cuiusquam, nee mei ipsius quidem, sed totus sim tuus".

De Waarheid zegt: wat meent ge, dat de oorzaak is, „dat de tortelduif zich niet hooren laat in ons land, dat haar stem zoo zelden gehoord wordt in het land der levenden"2): omdat ge niet een in waarheid verlatene, en verlangend uitziende duif zijt, ge hebt nog een „socius et amator in terra moerentium".

„De stem der ware en reine tortelduif is zoet, haar verschijning is liefelijk, ze wordt slechts gehoord in ons land".

Dit is een van die gedeelten uit het „Soliloquium",

1) s. 8.

2) Hooglied II, 12.

Sluiten