Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, onteering, roof, willekeurige vrijheidsberooving en ook die waarvan zieleleed 't onvermijdelijk gevolg is, als laster, verleiding van vrouwen enz. De andere categorie omvat de handelingen die het eerlijkheids-gevoel treffen, daaronder schikt hij diefstal, brandstichting, bankroet, schending van geheim, valsche getuigenis en valschheid in geschriften.

Alleen echter met de verklaring van wat misdaad is, bereikt men niet veel waar men den misdadiger wil determineeren. Immers zal, door het veranderen van opvatting omtrent datgene wat moreel en wat immoreel is — wanneer men alleen daaruit den misdadiger zou willen beoordeelen — de misdadiger zelf telkens veranderen tegenover de samenleving en zou de misdadiger van heden, morgen een braaf man kunnen zijn en omgekeerd. Doch, zegt Garofalo, de misdadige handeling is niet een geïsoleerd feit bij den dader maar een moreele afwijking met een onderlaag welke wij kunnen leeren kennen en die de crimineele anthropologie ons aantoont.

Garofalo is het eens met het bestaan van het type criminel. En ofschoon hij moet toegeven dat de kenteekenen, die Lombroso opgeeft, niet constant zijn, maar er bij voegt dat deze kenteekenen echter in grooter frequentie bij den misdadiger dan bij den normalen mensch voorkomen, komt hij tot de eind-conclusie dat de misdadiger iemand is die apart staat, buiten de gewone samenleving. Hij zegt dat: „al hebben wij het anthropologisch type van den misdadiger niet, wij hebben toch het physionomieën-type van drie soorten: van den moordenaar, van den gewelddadiger en van den dief."

Dit wat de anatomische afwijkingen betreft. De psychische verschillen zijn nog algemeener en belangrijker.

Sluiten