Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewone maten slechts sporadisch aanwezig zijn, zoowel naar de kleine als naar de groote getallen (15 minimalen en 11 maximalen). Voornamelijk schijnen die buitengewone maten bij hèn aanwezig te zijn, die voor 't eerst veroordeeld werden. Knecht vond bij 108 gevangenen van 515 tot 595, en wel in de volgende percentage: beneden 530-- 4,7 %, van 530 tot 550 — 45,3 %, van 550 tot 580 — 47,2% en boven 580 — 2,7 %. Heger en Dallemagne vonden bij 30 moordenaars (11 uit Brussel, 10 uit Gent en 9 uit Luik) een gemiddelden omvang van 534, 527 en 529.

Lombroso vond, dat de horizontale schedelomtrek bij misdadigers bijna gelijk is met die van normalen waar het lage cijfers betreft; in de cijfers van 481 tot 500 komen zij bij moordenaars en dieven minder talrijk voor terwijl zij in de rijen van 501 tot 510 bij moordenaars en dieven meer dan dubbel in aantal zijn. Marro onderzocht 109 misdadigers onder de 20 jaar en 398 misdadigers boven de 21 jaar en vergeleek ze met 38 normalen. Hij vond bij 7, op den leeftijd van 12 tot 14 jaar, een omtrek van 521, (bij normalen op den zelfden leeftijd is het gemiddelde 524); bij 23 misdadigers, van 15 tot 17 jaar, 538 (bij normalen 541); bij die van 18 tot 20 jaar 548, (bij normalen 533); bij hen die de 21 jaar reeds overschreden hadden 554 ('t zelfde als bij volwassen normalen). In seriën van boven 570 vond hij 15 % normalen en 8 % misdadigers; onder de 531 daarentegen 9 % normalen en 4% misdadigers. Rossi vond bij 10Ö gevangenen een gemiddeld van 552 m.m. en wel in de serie van 531 tot 540 een percentage van 13,5%) in die van 541 tot 550 een percentage van 20,3 %, een percentage van 18,6 % hi de seriën van 551 tot 560 en 15,2% in de seriën van

Sluiten