Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens Deknatel 278,7; volgens mijn maten, bij 50 inspecteurs 305,58, 50 brigadiers 301,12, 50 agenten 297,8 50, journalisten 299,56, 50 brandwachten 297,56.

b. bij misdadigers:

volgens Winkler gemiddeld 294,7. 5°: Oorvoorhoofdslijn: wordt gemeten van de eene fovea antitragica naar de andere, over de boven-oogkuilsranden.

Deze bedraagt bij: Metehoof«ïsnjn~voor"

a. normalen:

volgens Winkler 291,06, Deknatel 284,6; mijn maten gaven gemiddeld bij 50 inspecteurs 290,54; 50 brigadiers 284,81, 50 agenten 288,04, 50 journalisten 288,7, 50 brandwachten 287,06.

b. misdadigers:

volgens Winkler gemiddeld 296,8.

Deze lijn heeft dezelfde beteekenis als de, door de andere onderzoekers, opgegeven voorhoofds-helft van den horizontalen omvang en behoorde eigenlijk bij dat gedeelte der maten te worden gevoegd. Winkler neemt deze maat als op zich zelf staande. Wanneer men echter de bovenstaande cijfers vergelijkt met die, welke opgegeven zijn onder den horizontalen omvang, en wel bij het voorhoofdsgedeelte, dan ziet men, dat ook zij aantoonen, dat bij normalen de voorste helft kleiner is dan de achterste en dat dit bij misdadigers eveneens het geval is.

6°: Sagittale boog: wordt gemeten over het midden van den schedel, van het nasion naar het opisthion.

Door de verschillende, vast aangenomen punten op den schedel, wordt deze lijn in vijf deelen gedeeld: het

Sluiten