Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer klein gewicht een hooge intelligentie kan voorkomen. Volgens opgave van Baer, bedroeg het hersengewicht van Turgenjeff 2012 gr., van Cuvier 1861 gr., Byron 1807 gr., Abercrombie 1785 gr., Petrarca 1802 gr., Schiller 1580 gr., Volta 1542 gr., Fuchs 1499 gr.. Gauss 1492 gr., Broca 1484 gr., Skobeleff 1457 gr., Bisschoff 1452 gr.. Daarentegen was het hersengewicht van J. v. Liebig 1352 gr., Dante 1320 gr., Skarpa 1287 gr., Döllinger (den anatoom) 1267 gr., Tiedeman 1251 gr., Gambetta 1160 gr. (volgens anderen 1314 gr.). Wanneer men daarbij opmerkt, voegt hij er aan toe, dat de schedelcapaciteit van Lafontaine 1950, Kant 1740, Gall 1692, Boileau 1590 was, dan ziet men daaruit wel, dat bijzonder intellectueele menschen groote hersenen hebben, maar tevens dient hierbij te worden opgemerkt, dat men ditzelfde kan vinden bij zeer ruwe en laagstaande persoonlijkheden. Bisschoff b. v. voert aan, dat hij de zwaarste hersenen gevonden heeft bij gewone en onbekende arbeiders en wel hersenen van 1925, 1770, 1678 en 1650 gram.

Virchow voert aan, dat wanneer men bedenkt, dat de massa der hersenen uit zenuw-elementen en uit een tusschen-substantie bestaat; dat de vermeerdering der zenuw-elementen door organischen invloed geschiedt, terwijl die der tusschensubstantie alleen op mechanische wijze en zonder invloed der functie van psychische processen ontstaat, het duidelijk is, dat de hersenmassa zeer groot kan zijn, zonder dat er een vermeerdering plaats heeft van de eigenlijke elementen der intellegentie. Schwalbe beweert, „dat een vermeerdering van het hersenge wicht moet plaats hebben bij toeneming van het lichaamsgewicht of van de lichaamslengte, zonder dat er een verhooging

Sluiten