Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tabellen ter vergelijking gegeven aan Engels om ze te vergelijken met de gewichten der Engelsche bevolking op gelijken leeftijd. Daaruit is Engels tot het besluit gekomen, „dat, zooals hij zegt: „de beide getallen-rijen buitengewoon op elkaar gelijken. Daar de Engelsche bevolking over het algemeen niet lager staat, op lichamelijk gebied, dan de Duitsche, de Pruisische of de Berlijnsche, komt het mij voor, dat hieruit geen bevestiging mag getrokken worden voor de opvatting, dat misdadigers uit een lichamelijk gedegenereerde volksklasse gerekruteerd worden." Baer komt, ofschoon hij geen bepaalde statistiek er over heeft, tot het besluit, dat men mag aannemen, dat brandstichters en zij die misdrijven tegen de zeden plegen (vooral met kinderen) de lagere en laagste gewichten hebben, dat „Todtschlager" en geweldenaars het zwaarst zijn, terwijl dieven voor het meerendeel een kleiner gewicht hebben.

Beljakow, die een groot aantal moordenaars onderzocht heeft, vond bij 68 °/o een gewicht hooger dan het gemiddelde en vond bij deze misdadigers een gemiddeld gewicht van 71 KG. Kurella beschouwt het lichaamsgewicht daarom als een van de specifieke, verkregen kenteekenen, omdat misdadigers, meestal reeds lang vóórdat de groei van het individu is afgeloopen, gewoonte-misdadigers zijn geworden. In den regel toch neemt het lichaamsgewicht bij den mensch toe tot het veertigste jaar, om van dien tijd af weer langzaam te dalen tot het gewicht van den jeugdigen, namelijk van den jongelingsleeftijd. Natuurlijk moeten hierbij de invloeden van klimaat, bodem, beroep, voeding en physischen aanleg in het oog worden gehouden, anders zou de uitspraak te absoluut zijn.

Sluiten