Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beneden den gehoorgang gelegen, antitragus overgaat. Tegenov ei dezen, van voren over den gehoorgang uitstekend, ligt de tragus. De antihelix omvat een diepte, de concha, die zich in de incisura antitragica, tusschen tiagus en antitragus, verlengt en die, vóór boven, in de fossa conchae eindigt.

Het menschelijk oor is, even als het oor van de anthropoïden en de huisdieren, het meest kenmerkend "v ooi beeld \an een orgaan, dat rudimentair is geworden ten gevolge van ongebruik. Waar het oor van den mensch, even als het oor der dieren, vroeger beweegbaar was (getuigè de overblijfselen der oorspieren die men onder de huid achter het oor vindt), heeft het, dooi dat de mensch beschaafd is geworden en in een maatschappij is gaan leven (waardoor het oor niet meer als orgaan, ondergeschikt aan het vlucht-instinct, gebruikt werd om op een dreigend gevaar opmerkzaam te maken) die beweegbaarheid verloren. Darwin heeft, in zijn „Origin of species", er op gewezen, dat er geen enkel huisdier is, waai van niet een variëteit met hangende ooren voorkomt. Ooien die gespitst of opgezet kunnen worden, zijn voor dieren, die buiten den cultuurstaat leven, onmisbaar, opdat zij opmerkzaam worden op een gevaar dat hen bedreigt. Men heeft dan ook opgemerkt dat huisdiei en, die verwilderen, nazaten voortbrengen wier ooren gespitst of opgezet kunnen worden. Het oor van den mensch onderscheidt zich van het oor der dieren, doordat de bovenste oorpunt naar onder is gedaald (wat herkenbaar is aan het puntje dat bij sommige menschen in de bov enplooi voorkomt). Dit gaat gepaard met een omvouwen van den geheelen rand, waardoor de helix ontstaat. Ook verschilt het met het oor der dieren door het oorlelletje

Sluiten