Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Even als de kamitoewa behoort ook de kebajan in de oud-Javaansche desa te huis.

Niet altijd vond men er den »modin" of *lebé", den zoogenaamdeu dorpspriester.

Oorspronkelijk was hij een zendeling van de erkende geestelijkheid om de tienden te innen, als men die geven wilde, reizende van het eene dorp naar het andere, de dooden begravende en kippen slachtende; maar thans heeft iedere desa een ^nodin, wiens voornaamste bezigheid het is de kinderen, die ingeënt zullen worden, naar den vaccinateur ' te geleiden. Overal is hij tevens de timmerman der desa," " "wanneer dezè eenigen arbeid aan bruggen en leidingen, aan pasanggrahan's en wachthuizen te verrichten heeft.

Zeldzaam zelfs was de schrijve^- aanwezig. Nu is het eene zeldzaamheid hem niet te vinden. Hij is de »clerc" der desa, die alles moet opschrijven, maar wel eens niet schrijven kan, al krijgt hij er de belooning voor. Nog dikwijls zullen wij hem ontmoeten in het vervolg van dit opstel, en ter vermijding van herhaling behoeven wij niet te vermeiden, wat men al zoo van hem vordert en hoe hij zich er van kwijt.

Liever zij hier eenigszins uitvoerig behandeld de zoogenaamde »djogobojo" of »djogodesp", de persoon, aan wieiï lliet opzoeken van de dieven is opgedragen en over wien men nog niet lang geleden zooveel geheimzinnigs hoorde.

Hij wordt gezegd tot het bestuur der desa te behooren, maar eigenlijk heeft hij er niets mede te maken.

De namen djogodesa en politie, zooals hij wel eens heet,

zttn niet Javaansch; wel die van »djogobojo" en »kapètëngngan". Zoo vertaalde men den nog in de Vorstenlanden bestaanden titel van *goei>oeng" door «politiedienaar". Eigenlijk is de goenoeng niemand anders dan de regelaar van het watergebruik der desa, en omdat vooral lichamelijke kracht ontzag iuboezemt bij geschillen, waarover men wel eens handgemeen raakt, werd tol het uilmaken daarvan iemand gekozen, die groot was als een berg. Van daar de naam.

Wezenlijk Javaansch is djogobojo. »Bojo'' beleekent moeite,

Sluiten