Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleur alleen hen reeds van de hooger gelegene onderscheiden doet.

Door de beurtwisseling van het water kan het grootste deel der velden eene opbrengst geven, doch mislukking staat voor de deur als de leiding zelve geen genoegzainen toevoer krijgt en het water dus niet meer tot de sawah toempang komt. In deze zelfde omstandigheid verkeeren ook de sawah's in het niveau, die aan het eind of, zooals de Inlander zegt, aan den staart der leiding liggen, »*awah boentarran", en die daarom tot de sawah tjëngkar worden gerekend.

Verandert het stroomend water door meevoeren der aarde hier, om die elders af te zetten, den grond der * sawah ilén", »tadah Hén"; met onderloopen, zooals bij geheel van regen afhankelijke velden, »sawah ladahan", tladah toessan", blijft hij hetzelfde.. Daarvan is het gevolg, dat de velden van regen afhankelijk öf gelijk slagen öf gelijk mislukken.

In streken waar de Gouvernements suikercultuur wordt gedreven, hoort men wel eens als verklaring van sawah tjëngkar: die velden, welke met suikerriet beplant zijn, maar dan blijkt, dat de hoogst gelegen sawah's daarvoor zijn afgezonderd.

Zoodra er laagten in het niveau zijn, wordt bet begrip van loh en tjëngkar anders, want omdat de grond niet droog te leggen is. stelt men hem in weerwil van de zwarte kleur en den overvloed van water, met sawah tjëngkar gelijk. Bij eenigszins aanhoudende regens toch is hij niet te bereiken; verder, als de padi rijpt, niet droog te krijgen, en voor tweede gewassen onbruikbaar te achten. Nog minder is zulk terrein waard, indien er wellen in den bodem ontspringen, *saivah balong", zoodat mensch en dier er ten tijde der bewerking soms in weg zakken. Om te doen zien hoe betrekkelijk de begrippen van loh en tjëngkar zijn, dient de aanteekening, dat zulke sawah's op hellend terrein tot de beste soort behooren.

Even als de sawah rowo worden de »sawah bonorowo", dat zijn die welke in den westmoesson overstroomd raken,

Sluiten