Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het huisvesten bepaalt zich tot het verstrekken van een dak. Is de gast ongetrouwd, dan komt hij niet eens binnen, maar zoekt zich eene ligplaats ergens in het voorhuis.

Onmiddellijk tracht Djojo een erf te krijgen. Te koop is er geen, maar gelukkig wijst de kepala hem een stuk grond daarvoor aan, wel aan het einde van het dorp en wat ver van het water, maar toch er voor bruikbaar. Een huisje kocht hij voor tien gulden. Er was weinig hout aan en het dak was slecht, maar hij wilde geen grooter hebben wegens de moeite om het over le brengen. Daglooners toch waren er niet te krijgen, en hij had niemand wiens hulp hij kon inroepen. Alleen zijn gastheer en de verkooper van het huis hadden hem beloofd bij de overbrenging te zullen helpen, en zoo moest de kepala lusschen beide komen om Djojo's aanstaande huren te bewegen tot medehulp. Djojo zou goed voor voeding zorgen.

Zoodoende komt de woning op haar plaats, en de nieuweling tevens onder eigen dak. Het slaap- en kookgerij is meegebracht; al bet overige moet Djojo zelf maken. Met het krieken van den dag gaat hij al naar het bosch om staken en bamboe te kappen voor een pagger rondom het erf. Daarmee nauwelijks gereed, moet hij alang-alang halen om het dak der woning te herstellen. Verder moet er eene loods worden opgezet en dan een schuurtje gebouwd 0111 de padi te bergen, die hij tot voorraad had opgekocht. De vrouw blijft thuis, om nooit de woning, waarin hunne bezitting geborgen is, alleen te laten, en vooral om te zorgen, dat de echtgenoot, tegen elf uur 's morgens van den arbeid thuis komende, onmiddellijk zijn eten vindt.

Alles moet Djojo zelf doen: hulp is er voor geld nooit, voor goede woorden en belofte van wederhulp, weinig te krijgen, want hij is bijna aan ieder vreemd. Nauwelijks gereed met zijn huis, moet hij weer zorgen voor balé's, want men sliep tot nu toe op den grond. Daarna had hij veertien dagen lang gekapt en gehakt, 0111 een zwaren boom-

Sluiten