Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of justitie in aanraking kwam, en heet »lébotlan pëgawéan". Gelukt dit niet, dan hedelt men om hulp: »kom werken, »kang! maar eten kan ik niet geven, want mijne armoede »is groot, doch wanneer gij het ook vraagt, beloof ik bij u »te komen, en den dienst te vergelden". De aangesprokene laat zich dan gewoonlijk vinden, want anders zou de kepala tusschen beide komen. Voor dezen arbeid zonder belooning, als het desahoofd dien oplegt, gebruikt men het vreemde woord «ngëgang".

Het njambat komt voor bij den sawah-bouw, bij de bewerking van pëgagan's, bij het herstellen der woningen en der heggen, bij feesten, bij het slachten, in geval van ongelukkeu en ziekte, kortom zoo wat bij alles: altijd mag men hulp vragen. Slechts in één geval zou dat vragen •koerang pantès", d. i. ongepast wezen, namelijk bij het planten van tweede gewassen. Want iedereen zou dat willen doen, maar velen laten het na, omdat er geen tijd toe is.

Comptant betalende kan meu op vele plaatsen een span buffels per morgen huren voor vijfentwintig tot dertig cent, met voeding voor den drijver. Meer algemeen laat men het ploegen aannemen. De gewone prijs is per bahoe en voor eenmaal vijl gulden. Te Tërtëg is er zes gulden voor betaald, te Karënggan een amët padi.

Het eggen deed men te Patih-Djalon en Kaoeman voor vijf gulden. Tot dit werk willen de veehouders zich zelden leenen, daar er dan, omdat alles beploegd is, zoo weinig voedsel voor de beesten is te krijgen. Daarom is men wel genoodzaakt het eigen vee, dat naar desa's bij de bosschen te bewaren is gegeven, terug te doen komen om het onmiddellijk na de egging weer weg te zenden. Het bewaren ginds geschiedt zonder betaling, maar met de overeenkomst, dat de bewaarders de buffels voor hunne drooge velden mogen gebruiken.

Twee voorbeelden vond ik van het uitbesteden van den arbeid lot de velden planlklaar lagen. Daarvoor had de kepala van Karang-Waroe twaalf en de schrijver van Boedjet

Sluiten