Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt om het ontbrekende te verkrijgen. Meestal leenen zij daartoe van kennissen en familie, soms van Europeanen en Chineezen tegen hooge percenten, en met belofte van teruggave bij den oogst, 0111 dan weer hetzelfde te doen met de landrente, zooals zij het vorige jaar deden. Andere verkoopen hunne mooie paarden, hun goud of zilver, de padi welke zij in voorraad hebben. Soms, en dit volgens beweringen, want zelf heb ik het nooit bevestigd gevonden, laten zij het zoo ver niet komen, maar stellen zich met den djogobojo in betrekking om op misdadige wijs van anderen ie krijgen, wat zij zeiven niet bezitten, of waarvan zij zich niet willen ontdoen. Eindelijk, wie niets meer hebben en zelfs geen crediet, verhuren om het ontbrekende aan te vullen hunne sawah's. Moet men wegens de algemeenheid der kwaal, wanneer het niet te grof wordt, in het tijdelijk gebruiken van een deel der landrentegelden voorshands wel berusten: hen, die het verhuren van hunne sawah's tot laatste redmiddel moeten bezigen, behoort men hoe eer hoe beter te doen ontslaan, want zij zijn een goed eind op weg om het volgende jaar wegens diefstal van 's lands gelden met de justitie in aanraking te komen.

Zoo ben ik thans aan het einde van bet opstel, waarin de landrente in de desa is geschetst. Ik heb mij beijverd feiten te geven en, was ook de lust daartoe al groot, mij van redeneering onthouden. Dit toch is van latere zorg; voorshands moeten wij trachten onze kennis van land en volk nit te breiden. Zullen wij juiste gevolgtrekkingen maken, dan zijn nog veel meer waarnemingen noodig dan ik hier mededeelde en° die vooral op de meest verschillende plaatsen moeten gedaan worden. Tot het verzamelen van die gegevens heb ik boven aangespoord, en zelf getracht er eene proeve van te geven.

Toeloeng-Agoeng, 18 October 1878.

Sluiten