Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aldus zijn de onkosten per bahoe:

van het uitleggen van het zaad f 0,60

kleine plantgaten steken (gëdjig) » 1,25

groote plantgaten steken (djënihlong) » 2,15

plantgaten hakken met de spade (kowak). » 5,— tot f 5

omspitten (dangir) » 5,—

omwerken met ploeg en spade » 2,15

De overige bewerkingen, eigen aan de bijzondere gewassen, zullen wij bij de cultuur er van beschrijven.

^ HOOFDSTUK II

BE VOORNAAMSTE DROGE VOEDINGS- EN HANDELSGEWASSEN.

Men kan de polowidjo gevoegelijk verdeelen in voedingsen-- handelsgewassen. Dan komen tot de eerste djagoeng (zea), kalèla (hatatas), katjang (phaseolus), widjèn (sesamum), lombok (capsicum), lèrong (solanum), këtimoen en krahi (cucumis), semangka (citrullus), en tot de laatste katjangtjina (arachis), kadëlé. (grumilea), tabak, suikerriet, indigo, en djarak (ricinus). Om die niet afzonderlijk te behandelen zullen wij tot de polowidjo ook brengen de padi vau droge velden. De kanljang-tjina rekende men onder de handelsgewassen, omdat er meer van wordt gebruikt tot olie dan tot voedsel. Zoo ook de k&dfily, omdat die grootendeels dient tot soya- en tèinpé-fabrikatie.

Wij plaatsen achter den Javaanscben naam van de gewassen alleen den botanischen soortnaam, als teeken dat wij ons onthielden van het classificeeren naar de in botanische werken voorkomende variëteiten. De poging daartoe, als de verscheidenheden vele zijn, zou mislukken evenals ons dat voor rijst is gebeurd, terwijl de tijd en gelegenheid ontbreken om zelf eene volledige classificatie te leveren.

Om dan met de padi van droge velden te beginnen.

Sluiten