Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gemiddeld worden gedaan, den eersten keer, als er veel gras is, over 11jJ R. R. per uur, en den tweeden keer over 2 R. R. per uur.

Na de eerste wieding gaat men inboeten op de plaatsen, waar liet slecht of in het geheel niet opgekomen is, »goetang". Het inboeten moet bij voorkeur 's middags geschieden, waartoe men de stoelen, die te welig slaan, afscheurt, «pandahals men de pootplauten niet uit een zaadbed kan nemen, dat opzettelijk daartoe in een hoek van het veld is aangelegd.

Tegelijk met het inboeten worden voor het laatst de uitspruitsels, die door hunne grootte nadeelig zijn, verwijderd, •ngajabbi". Onmiddellijk na de wieding groeit de gogo krachtig door; de loten zijn weldra met de moederstengels gelijk, en het is zichtbaar dat er veel kans tot slagen is, »lèmoro". Eene halve maand later, als de loten even hoog zijn als de moederstengel, »apil toenggale", begint de pluimvorming, »doedoelli". Alle arbeid van wieden, inboeten, wegsnijden van wortels en loten moet uitscheiden; maar, indien het reeds niet vroeger is gedaan, moet nu de omheining gemaakt worden, *dadah", van zwaarder of lichter hout, naarmate er meer of minder overlast van varkens te vreezen is. Buitendien wordt een brandgang gekapt daarbuiten, en de onbeplante strook tusschen paggër en gogo schoongemaakt.

Vervolgens stelt men eene wachthut op, soms met eene verdieping, om zich er 's nachts voor de tygers terug te trekken, en tevens allerlei soort van toestellen, »dèn-dèn", ter verjaging van varkens, apen en vogels. Weldra begiunen de omwindsels te zwellen, »mèténg", en uit elkander te wijken, »bëntèllt , waarna op ruim vierdehalve maand leeftijd de eerste aren te voorschijn ti'eden, »augoek angoekki". Na enkele dagen zijn zij reeds bij bosjes geschoten, <>grombolli"; na nog een paar dagen vertoonen de aren zich als gestrooid over het veld, »sëmboerateindelijk staat het geheele veld in bloei, »mërkata/c" of *bjak".

Het veld wordt van nu af niet meer onbewaakt gelaten. Over dag moeten de vogels en de apen, en 's nachts de vaikens worden afgehouden, terwijl 's middags vuren worden

Stbl. 1878 N°. 110. s

Sluiten