Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zaden komen, bij nat weer, droog in de aarde: anders worden zij vier en twintig uur geweekt en in alle geval gewassen in water, dat met kalk of met tëmoe en lombok is vermengd. Na de uitzaaiing bewaakt een kind het veld tot de zaden goed ontwikkeld zijn.

Men onderscheidt de volgende perioden van groei:

*tikil", het zaad is ontkiemd;

*ljëmontong", het plantje is boven den grond;

>ljémègèk", twee blaadjes zijn ontloken naast den knop; »kèmlèwèr", de buitenste blaadjes hangen naar buiten; »lëmantjoerde binnenste bladeren zien er uit als de staartveeren van een haan;

»gëmoenggoeng", zes tot tien blaren zijn ontvouwen; vdjoenjdjoeng loejoeng", de geledingen der stengel komen bloot, en de bloemstengel is doorgeschoten ;

tk&mbang" of »djanlènde bloeitijd;

«sirëp këmbang", de mannelijke bloemen verwelken;

"sirëp djanlènde stampers verwelken;

»moto garèng", de zaden zien er uit als de oogen van den krekel;

vkëmrikit", de zaden zijn gevuld met een melkachtig vocht: ygëmodog", de zaden zijn kookbaar;

»mëtal", de vruchten zijn oogstbaar;

»mondèlde vruchten zijn droog.

De grond wordt eens omgespit en van onkruid gezuiverd (dangir) in den tijd këmlèwèr, als de plant van twee tot drie weken oud is, en nogmaals met gelijktijdige aanaardiug, in de mongso lëmantjoer, als zij eene maand oud is. Is men met den eersten keer dangir nog niet klaar, als de tijd lëmantjoer reeds daar is, dan doet men het niet meer voor den tweeden keer, maar hoogt dadelijk de planten aan. Meestal bekort men den arbeid, door den eersten keer omwerken gedeeltelijk met den ploeg te doen.

Deze behakking en bewieding is noodzakelijk om het gewas te doen slagen. Behalve een rood en wit gevlekte rups, die in de jonge kolven huist en die vernielt, heeft de djagoeng hier van geene andere ziekte te lijden dan de »omo boelè".

Sluiten