Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDIGO.

Onbeduidend is in deze afdeeling de cultuur van indigo en katoen. I)e indigo wordt weinig op sawah's, en meestal in verloren hoeken dier tegal's geplant. Na den grond beploegd en op één voet afstands voren getrokken te hebhen, komen op twaalf voet afstand goten van een voet breed en diep ter afleiding van het water.

Men heeft stek-indigo, »lom-patok", »yaloeh", en zaad-indigo, »tom-djantiof «djiling". De afstand ter uitzaaiing en ter bepoting met stekken is dezelfde, zijnde één voet in het vierkant. De Inlander onderscheidt voor de stek-indigo de periode van:

•sëmi", de uitbotting;

vlëmènggoh", der bladontwikkeling;

»andoem pang", der takken vorming;

»hembangvan den bloei;

»tëmëroeng", als de bladeren der verschillende stekken aan elkander raken;

»bedrog godong", als de bladeren afvallen,

Bij de zaad-indigo heeft men niet den »mongso semi", maar in plaats daarvan dien van •temlekoë', als het plantje boven den grond is, en »toempatig godongals de eerste blaadjes zich ontvouwen. Hoe beter men den grond omwerkt: men doet het minstens twee maal; hoe meer de opvolgende sneden der bladeren opbrengen. Van de zaad-indigo snijdt men drie keer 111 een jaar, van de stek-indigo zes keer in twee of acht keer in drie jaar. Het tweede jaar is Ife productie dikwijls al een derde minder, De bladeren worden door de planters zeiven tot indigo verwerkt. Na een nacht en een halven dag de blaren en stekken in water uitgetrokken te hebben, werpt men die weg; vermengt het overblijvende met kalk; roert het mengsel een paar uur om; laat hel bezinken; giet af; perst het residu uit en brengt hetzelfde den volgenden dag ten verkoop. Van den eersten snit van 25 □ R. R. kreeg men 120 katti's bladeren en stekken, en f 0.80 aan indigo. Van 25 QR. R. elders werden gezamenlijk verkregen 356 katti's

Sluiten