Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blaren, die f 1.50 aan indigo gaven. Elders weer brachten 25 □ R. R. te zamen 265 katti's blaren en f 1 aan indigo op en nog op eene andere plaats 246 katti's blaren, en f 2 aan indigo. Men rekent de opbrengst per bahoe op 25 dangngan's, wordende daarmede bedoeld kluiten of klompen indigo van 20 tot 30 katti, en ieder ( 1.50 waard, zoodat de bahoe dus geeft f 57.50.

KATOEN

Zeer weinig wordt de katoen verbouwd, en gewoonlijk tusschen sëmangka in. De zaden komen, met ascli vermengd, op 4 X 5 en 4 X 6 R. voeten in den grond, nadat die zes en meer keeren beploegd is geworden. Rij hel kruisen der voren, om de plaats der planten te bepalen, verricht men eene vreemde bezigheid, die men ook wel bij tabak en lombok ziel. De aarde namelijk, die in de voren is gegleden, wordt met den voet op de hellingen en tegen de kluiten teruggebracht, welke bewerking »pedjang", heet. Men onderscheidt de volgende perioden van groei:

• tëmlëkoe", als het plantje boven den grond komt;

»loempang", als 2 blaadjes ontloken zijn;

»gëmëmak", als 4 blaadjes ontloken zijn, en het plantje zoo hoog is als een kwartel, (gemak);

»lëmènggoh", als de plant goed door is gegroeid;

»andoem pang", als de takkenvorming begint;

»mëkar kopi", den bloei;

• boengkoel", als de vrucht gezel is;

»mëkar pindo", als de vrucht openspringt.

Men werpt 20 lot 30 zaden in elk plantgat, en trekt de telkens daarvan opgekomen plantjes op twee na uit. Di den tijd gëmëmak (20 dagen leeftijd) wordt de grond goed omgewerkt, en dan nog eens in den lijd lëmènggoh (40 dagen leeftijd), hetgeen den eersten keer met den ploeg en den tweeden keer, wegens de gewoonlijk daar tusschen geplante sëmangka, met de patjoel gebeuren moet. Als het gras spoedig opschiet, is men genoodzaakt nog eens een derdeen

Sluiten