Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halven gulden per jaar uitgeeft. De kosten van borden, kopjes en trekpot, die in de armste woning niet ontbreken, neme men voor memorie op.

Nevens het vaat- het mandewerk, dat met de toemboe's, tampah's, tjëting's, koekoessan, met de rijst- water- en groentelepels van hout of klapperschalen, zelf wordt aangemaakt, en anders voor een halven gulden per jaar op de pasar's kan worden gekocht.

Het landbouwersgereedschap heeft mede zijne plaats in huis, alleen de grootere stukken, zooals de ploeg, de egge, de grëmboeng en de bèntjak ('), onder het afdak. De ploeg en de egge worden even als grëmboeng en de bèntjak zelf vervaardigd, en duren drie tol vijf jaar. Wil men die koopen dan zijn ze voor f 1 zonder het ijzerwerk te verkrijgen. De strikken onder het juk kosten 25 tot 50 cents en het kouter 50 tol 50 cents. Evenals van bel volgende heefl men van alles twee stuks: een nieuw, en een halfsleten. Een groot grasmes, »artY", kost f 1.50, een klein f 0.50, eene groote bijl f 1, eene kleinere 60 cents, eene spade / 1, eene hak en schoffel 50 cents. De regel is: hoe meer men noodig heefl aan bijlen en schoffels, hoe minder aan ploegen en spaden. De sawah-bewerker rekent 'sjaars op 25 cents voor het kouter, een gulden voor de spade, een gulden voor grastuessen, en 25 cents voor kleinere messen. Buiten de woning staat onder een afdak het rijstblok met de stampers, dat jaren wordt gebruikt, en dat elk jaar door slijten ongeveer een halven gulden in waarde vermindert.

Nu de onkosten van het huis. Wij rekenen de woning eenvoudig vijftien gulden waard met de keuken, »pawonen de rijstschuur, »loeviboeng", daarnaast. Elk jaar is er eenige herstelling noodig, maar eens in de drie jaar zijn die belangrijk. Men rekent dan noodig: voor hel woonhuis de onbetaalde hulp in arbeid, >sambal", van 10 meuschen. Die krijgen minstens:

10 kalli's rijst a 7 cent 70 cent.

een kip a 25 cent 25 »

(') Zie de Padi-Cuttuur in de Afdeeling Ngrowo, 1875—1876; in de woordenlijst op die arlt. bi. 120 en 126.

Sluiten