Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klapperdop, »batok mëngkoerep". Een terrein eenigszins dieper in het midden, zooals eene achteroverliggende klapperschaal, »batok meloemah", heeft men daarentegen gaarne, want alles groeit er goed, en ziekte en moeielijkheid, die ginds zouden treffen, kunnen hier verre blijven. Een geheel vlakke grond geeft bezwaar voor den waterafvoer, en daarom zoekt men hellingen. Het verkieslijkste liggen zij tegen het Oosten; zij heeten dan *moelio tnanik" of •sridono", en wijzen op vruchtbaarheid. Dit hebben in mindere mate de hellingen op hel Noorden, als »st iwoewoeh.", bekend, otschoon het volksgeloof wil, dat men daarop door toenemende welgesteldheid spoedig twee vrouwen kan nahouden. Naar het Zuiden heeten de hellingen vglagah tinoenoe" en brengen diefstal mee. Kan men dit hier nog bezweren door menigvuldig offeren: zonder bescherming liggen die op het westen, bekend onder den naam van »sono ngaloep", behalve tegen diefstal, ook tegen aanhoudende oneenigheid der huisgenooten en tegen ziekte.

Hel Oosten en Zuidoosten zijn de aangewezen richtingen voor de landbouwers, het Zuiden voor de bestuurders, de •poro prijaji", en het Zuidwesten voor de dieven en ander slecht volk. De overlevering laat verder de hellingen naar het Noorden en Noordoosten voor de Mohamedaansche oversten, en die naar het Westen en Noordwesten voor de *pandito", en de »ahhkas", de vertegenwoordigers van den ouden godsdienst, en die dus naast de nieuwe veroveraars schenen te kunnen blijven wonen. De toenemende bevolking laat in vele streken niet meer toe, dat men zich de als goed voorgeschrevene hellingen en vormen van grond kiest, maar men houdt er zich aan voor zoover het gaat, verder aan de doekoen's overlatende, door offers en bezweringen en door het planten van verschillende gewassen aan de hoeken der erven de overblijvende slechte invloeden te vernietigen.

Voor den aanleg zoekt men natuurlijk een goeden dag. De bepaling geschiedt door de cabalistische cijfers, *nëptoe", die de dag, waarmede men de rekening begint, zoowel in de Mohamedaansche als Javaansche week heelt, te zamen te tellen, en de woorden *kërio", »joso", *tjand\", vrogoh,",

.

Sluiten