Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minder hoort en ieder zich zeiven helpt. Trouwens hoevenaars stelen niet, en wie er komen met zulk doel zijn meestal lieden van elders, die over dag vagebondeerende, kippen strikkende, djagoeng roovende, aan den kost komen en 's nachts, als zij niet moedig zijn, liever rustig blijven, wel wetende, dat het ontkomen veel moeilijker en de kans om een lanssteek te krijgen, in afwachting van overlevering aan het districtsbestuur, grooter is, dan in de gewone desa's. Zulk een alleenwonen pleit, volgens een Duitsch schrijver, voor het bestuur, «dat

• niet de schapen, om hen beter te scheren en te melken,

• meer bij elkander wil houden, en voor de schapen zeiven, »die tegen elkander geleund, zich niet meer tegen den wolf

• behoeven te verdedigen". Bij het bestaan van heere- en cultuurdiensten, en met de overal gevolgde extensieve bebouwingswijze, zijn er tegen die uitspraak de gewichtigste bedenkingen te stellen. Doch wij mogen in dit boek met feiten en cijfers niet, buiten noodzaak het veld der beschouwingen betreden.

HOOFDSTUK II. DE OPBRENGST DER ERVEN.

ALGEMEENE BEGROEIING DER ERVEN.

Wie met een botanisch oog een erf betreedt, ziet eene verscheidenheid van gewassen voor zich, waarvan de oninge wijde geen begrip heeft. Tusschen de grootste hoogten, waar inenschen wonen, tot aan den oever der zee, op klei en zand, langs rowo's en drogen grond, is de geheele rijkdom van de tropen opengelegd. Zooveel te schriller is bij dien rijkdom de plantengroei, voor wien zich geheel op een economisch standpunt plaatst. Hij ziet palmen, bamboe, pisang en eenige op elkander gelijkende boomsoorten, waaraan vruchten hangen, en waartegen zich enkele slingergewassen winden. En deze

Sluiten