Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• témroeno" is, zooals de Javaan zegt, drie klapperblareu "blara/t", hoog, en leeft meer dan honderd jaar. Tot proef, van dien leeftijd werden een paar oude vruchtdragende exemplaren geveld, waaraan men meer dan 1100 litteekens van afgevallen bladeren telde. Aannemende nu, dat er per jaar een twaalftal blaren uitschieten, komt men tol een leeftijd van meer dan negentig jaar. En bezitters wezen meermalen boomen aan, die door hunne grootvaders waren geplant. Op zeer vetten, niet drassigen, grond verschijnen de eerste vruchten na vijf, op zand na zeven, op klei na negen jaar; terwijl de gèndjah-soorten reeds het derde jaar dragen. Naarmate de boom hooger wordt, hakt men de inkepingen 'panjtjaddan', om hem te beklimmen en de vruchten in te zamelen. De tijd, dat de bloemscheeden uitschieten, heet sëmloembat, weder om dezelfde reden, als de eerst uitkomende bladeren der bibit zoo genoemd worden. Dan volgen de perioden:

»mekar manggar", de bloemkol ven, >manggar", zijn van de scheeden, »mantjoeng", los;

»bloeloekde vrucht heeft zich gezet, waardoor de kolfsteel »dangoe", en de eigenlijke vruchlstelen, *soengoet",bloot komen;

»tjëméngkir", de jonge vrucht, 'Ijengkir", is nog eetbaar in haar geheel, *tabon"; en zoowel het deel van binnen *batok" als in het midden, »sëpet", en van builen »koelit";

»kemringet , het water, »degan", heeft zich afgescheiden, en er begint aan het ondereind zich kiemwit, »krambilte vormen;

*kemlabel , het kiemwit is zacht, en aan den vruchtwand vast, zoodat liet er moet uitgeschraapt worden;

»demeganhet kiemwit is zoo hard, dat men het er met eenig puntig werktuig uit kan heffen;

»keméndo", het kiemwit houdt nog weinig olie, maar kan gebruikt worden, om er eene bekende toespijs met riviergarnalen van te maken, kèndo";

»koljakhet klapperwater is zoo sterk verminderd, dat het bij schudding hoorbaar is;

'hem lang rang", de bast wordt reeds bij gedeelten droog, en de vrucht is rijp.

Stbl. 1878 N°. 110. u

Sluiten