Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elke periode is van dertig tot zestig dagen lang, en zoo duurt het een jaar, voor het van bloem tot rijpe vrucht komt; de gèndjah-soorten evenwel hebben drie maanden minder noodig. De klapper bloeit bet geheele jaar door en men kan er de vrucht in al hare perioden van ontwikkeling aan vinden; ofschoon de bloemen in den regentijd zich meer tot vrucht zetten dan in den drogen lijd. Men plukt de klappers geregeld elke maand, en altijd tegen dat de maan in haar eerste of in haar laatste kwartier is; indien men liever zelf niet in den boom wil, kan men het laten doen tegen een klapper per maand en per boom.

De Inlander rekent gemiddeld per boom en per maand 5 klappers voor de dalem-, en 10 klappers voor de gèndjahsoorten. Dit is eigenlijk nog te weinig, blijkens de volgende opbrengst, telkens van 100 boomen verkregen in 1879.

Februari 700 600

Maart 800 470

April 670 400

Mei 660 340

Juni 460 310

Juli 560 270

Augustus 400 360

September 460 420

October 520 460

November 580 500

December — 530

Van de hoornen van het eerste honderdtal droegen alle vrucht, van hel tweede waren er 15 tot 20 procent wegens slechte verzorging, en dientengevolge door vernieling van eekhorens en torren, niet plukhaar. Stellig dus wordt de rekening niet le hoog door de opbrengst per dragenden boom op 60 vruchten 'sjaars te stellen. De prijs wisselt naar de lijden van het jaar: op alle pasar's, die niet te veraf liggen, van 3 tot 5 cent, en gemiddeld iets meer dan 4 cent per stuk, als men haar minstens bij de karang, d. i. ü sluks tegelijk, koopt, want bij mindere hoeveelheden, zooals voor huishoudelijk gebruik, stijgt de prijs tot het dubbel. (iaan

Sluiten