Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Merkwaardig zijn de tallooze vruchten, welke de blaren als het ware bedekken. De groene evenwel komen minder voor dan de wille en roode soorlen. In gewone tijden verkrijgt men per boom vier of vijf mansvrachten; thans gaven verschillende boomen minstens eene mansvracht, die met eene gemiddelde zwaarte van 50 kalli's door opkoopers met f 2 werd betaald. Op zooveel mag men de minimum opbrengst per boom stellen.

DJEROEK.

Van de djeroek-soorten kent men hier den *keprok", den gewonen sinaasappel; den »%i", met de dikke, stevig aan het vruchlvleesch verbonden schil; den «Irënyganoe", melde dikke en gerimpelde schil; 'bah", den gewonen pompelmoes, benevens de verbasterde soort, den »djeroek goeloeng". Eindelijk den kleinen citroen, »djeroek pëtjël", die voor toespijzen, in tal van ziekten, en voor het insmeren van de krissen gebruikt wordt. Men plant het liefst den lëgi en den keprok, omdat bij gelijke opbrengst de boom veel kleiner is dan die der andere soorten. Men kweekt den djeroek uit de pitten of door afleggers. Eenvoudig stekken leidt niet tot goed gevolg. Tot het maken der afleggers worden rechtop groeiende loten genomen, die, om verbastering te voorkomen, weinig dorens moeien hebben. Na vier maanden zijn zij genoeg beworteld om te kunnen worden overgeplant. Het kweeken uit pillen geschiedt weinig, omdat het lot verbastering voert, en de boom zooveel later zou dragen. Alleen is het gebruikelijk voor den djeroek goeloeng, omdat die zoo moeielijk wortel schiet. Tot het doen ontkiemen kiest men dan de langwerpige pitten, die reeds na drie weken uitschieten en na zeven of acht maanden genoeg ontwikkeling voor de overplanting hebben. Dit gebeurt gewoonlijk tegen den regentijd. Zoodra de plant in den grond is, steunt men haar en omringt haar vrij zorgvuldig met eene afschutting. De kweekplanten toch van den djeroek hebben 25 cents tol f 1 waarde, die voor den weinig voorkomenden pompelmoes tot f 5 stijgt. Het onderhoud

Sluiten