Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de boom vruchten draagt, terwijl bij reeds spoedig een grooten omvang verkrijgt, alle redenen, die de Inlander zouden tegenhouden hem aan te planten. De moeite, om goed ontwikkelde pootplantjes te verkrijgen, doet er in de desa tot een gulden voor betalen. Het duurt een jaar voor de pitten in de kweekplaatsen voldoende zijn uitgeschoten, en twaalf tot zeventien jaar voor een boom vruchten draagt; daarentegen wordt hij zeer oud. Eene maand na de knoppenvorming heeft men den bloei, »më/car"; eene maand later is de vrucht gezet, maar grootendeels bedekt door den kelk, *pentil topèng"; eene maand verder is de vrucht reeds meer dan half rijp, »njadam", en weer na nog eene maand kan zij worden geplukt. In een goed jaar brengt de boom 500 vruchten op, en in een slecht jaar 200, die minstens 1 cent waard zijn. In het klein en ter pasar wordt de prijs niet zelden 5 cent per stuk. De minimum opbrengst mag men gerust stellen op f 2 per dragende boom.

LANGSEP.

De langsëp, door den zuren smaak en het dikke vlies om het vruchtvleescli. van de doekoe onderscheiden, wordt evenals deze gekweekt uit de vooraf gedroogde pitten, die na een half jaar overplantbare boompjes geven. Na vijftien jaar zou hij eerst vruchten dragen. Bloeiende tegen den regentijd vereischt het vier maanden voor de rijpe vrucht kan worden geplukt. Na drie weken in knop te hebben gestaan, *oeljbig", en veertien dagen gebloeid, »liëmbang", duurt het anderhalve maand voor de vrucht goed is gezet, *pentil". Na drie weken is de buitenschil zoodanig met een pluis overdekt, dat zij er als met asch bestrooid uitziet, *kemawoe", welk pluis na drie weken, ten teeken van naderende rijpheid, verschrompelt en dan de vrucht het voorkomen geeft van beschimmeld te zijn, «ngloemoetti". In dit jaar bracht de langsëp nog 50 trossen, »dompoltan', op, en anders 100 en 150. De minimum opbrengst werd grif verkocht voor 2 cents per tros, zoodat men per boom rekenen kan op f 1.

Sluiten