Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een weinig dragende boom geeft 10, een veel dragende 100 vruchten per jaar. Gemiddeld moet men rekenen op ruim 30 vruchten per jaar, die grifweg f 0.50 waar zijn.

MLINDJO.

Zeer bekend op het Javaansche erf is de mlindjo. Hij wordt voortgeteeld uit de pitten, die na broeiing en verrotting der schil in kweekplaatsen komen, en na een half jaar kunnen worden overgeplant om zeven of acht jaar later een vruchtdragenden boom op te leveren. De jonge bladeren »klololt de bloemen, *tjengkarang", de jonge vruchten, «kralo", de oude vruchten, »malindjo", leveren alle gezochte groenten, terwijl de vezels van den bast, »bago", touwwerk leveren en de stam, in het bijzonder *déleg", geheeten, goed timmeren brandhout is. Zoover men dit kan nagaan, want deze boom brengt het geheele jaar door iets op, is de productie, zoo laag mogelijk gesteld, minstens 50 cents waard.

PINANG.

Men heeft hier twee soorten van pinang: den »raw<i", met kleine, ronde vruchten, en den »wangèn", met groote vruchten en zeer welriekende bloemen. Bekend is het uitgestrekte gebruik, dat men er van maakt, onder meer bij alle sëlamëttan's, bij huwelijksplechtigheden, bij de toovergebeden, bij het leeren van formulieren daarvan, »woelang kèpinlèrran dowa", en ook als het middel om rundvee tegen de koude bestand te maken. Men haalt de bibit uit den opslag. De vrucht is na anderhalve maand uitgeschoten, «tikil", en vertoont na vier maanden reeds eene kleine pluim van onontloken blaren, »kebet". Binnen het jaar zijn schutbladen, »oepih", zichtbaar: na twee jaar de stam, *poetjoeng", en na drie jaar vallen reeds schutbladen af, »ilat ilalti". De boom draagt, al naar den grond waar hij groeit, tusschen het vijfde en achtste jaar vrucht, en sterft, naar men zegt, op vijfentwintig- tot dertigjarigen leeftijd. De pinang bloeit bij het begin en bij

Sluiten