Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit zich zeiven ziet men den pëpaja, de saga, den kèlor, de toeri en zooveel andere gewassen uitschieten, alle iets toevoegende aan de toevallige baten van het erf, maar ieder op zich zelf zoo weinig, dat zij buiten berekening blijven.

Aan de teelt van timmer- en brandhout wordt niets gedaan; trouwens de ruimte daartoe in de meer bevolkte streken ontbreekt geheel. Als brandhout wordt gebruikt de in de paggër's groeiende këmlandingngan, klampis, tjangkring, dadap, zonder dat het aanwezen er van ergens den prijs van het erf doet rijzen.

Verder teelt men nog met min of meer zorg verschillende kort levende voedingsgewassen, en die maken, dat er nog wat eetbaars op het erf is te vinden, als wij Europeanen soms zoo iets niet meer zouden denken aan te treffen. Sommige daarvan behooren op den bouwgrond tfc huis, zooals këtimoen, krahi, kaspé, katéla, en zijn vroeger behandeld; andere vindt men even goed in de wildernissen, als de oewi, gëmbili, gëmbolo, katak, gadoeng; niet het grootste deel, zooals de blontjèng, gambas, laboe, bëstroe, këtjipir, treft men alleen op de erven aan. Natte rijst ziet men nergens, droge slechts bij uitzondering verbouwd, doch dan spreekt het van zelf, dat men den grond alleen erf noemt, omdat hij binnen paggër's ligt en men er eene woning op aantreft.

Een bewijs dat de Inlander de polowidjo-soorten op zijn erf, waartoe hij soms 'den pisang brengt, van belang acht, is reeds dat hij die alleen op daartoe goed berekende dagen plant. Dat berekenen geschiedt door de nëptoe's van den dag op de gewone wijze bij elkander te tellen, en de som te beproeven op de woorden »kêgantoeng", «kësampar", ikëandoeng", en »kapëndém". Op het eerste woord is het een dag voor de gewassen, wier vruchten hangen, zooals pisang, laboe, bëstroe, gambas; op het tweede voor krahi en këtimoen; op het derde, wier op den grond liggende vruchten van grooter soort zijn, zooals waloeh, sëmangka en ook de talës; op kapëndëm, voor de knolvruchten, zooals de oewi en gëmbili,

Sluiten