Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BLONTJÈNG EN LABOE.

Voor de vruchten, die boven den grond hangen, is slechts voor de blontjèng en laboe eenige toebereiding noodig. Men spit de aarde om, vermengt die met paarden mest en maakt kleine bedden, waarin de zaden komen. De zaden van de andere, zooals gambas, parè-wëloet, këtjipir e. d. worden onmiddellijk in daartoe mei den plantstok gemaakte gaten gelegd. De gambas, bëstroe, en këtjipir plant men tegen het begin, de laboe en blontjèng tegen het einde van den regentijd, en de waloeh daar tusschen in. Er is geen onderhoud noodig dan bescherming van de zaden tegen de kippen, en het leiden van den stengel legen horden of slaken. De gambas bloeit reeds na zestig dagen, en biedt anderhalve maand later rijpe vruchten; ongeveer denzelfden leeftijd heeft de blontjèng, laboe, de bligo, de këtjipir. De oogst is buitengewoon groot. Aan stengels van gambas telde ik meer dan 50 vruchten, doch gewoonlijk hebbed al de genoemde gewassen er niet meer dan 15 tot 20, behalve de këtjipir, die er van 75 tot 100 telt. Eene gemiddelde waarde is er niet van te bepalen. In gewone tijden zijn zij door den overvloed te geef, en zij brengen slechts geld op, als de oogst goed slaagt of als er buitengewone schaarschheid is. In het eerste geval, omdat zij dan veel minder gekweekt worden, vindt men ze zeldzamer, en krijgen zij waarde; alleen reeds daardoor. In het laatste geval gaan zij strekken als surrogaat van een surrogaat lot voeding, als n. I. de rijst schaarsch is, en de polowidjo daardoor duur wordt, zoodat de Inlander blèren en onrijpe vruchten zou moeten eten en dan nog liever zich voedt met de vruchten dier gewassen. Dan gebeurt het wel eens een enkelen keer dat de gambas 1 cent. de blontjèng en laboe 3 tot 5 cent gelden, en dat van een enkelen stengel tot een gulden worden verkregen.

SOEWEK EN TALES.

De soewëk en de talës kweekt men om de eetbare bollen.

Sluiten