Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I n de kolom «andere vruchtboomen" zijn opgenomen alle vruchtdragende, niet te voren genoemde, met weglating der koffie en werd de waarde er van niet gerekend. Zoo deden wij ook met de jonge pisang-stoelen, ofschoon vele daarvan in den loop van het jaar vruchtdragend zullen zijn. In de kolom «allerleiandere voedingsgewassen in stoelen" staan de katak, talës, gambas, cassave, suikerriet, ananas en alle dergelijke. Deze hebben wij ook eene waarde gegeven van 2 cents per stoel, die minder dan de wezenlijke is. Eindelijk rekenden wij voor eiken stengel oewi, gëmbili en gadoeng door elkander 7 cents. Daarentegen is om verscheidene gewassen aan te kunnen treffen, de opneming der erven in Januari gedaan. Wij hebben getracht vooral niet te veel te rekenen. Meer dan de boomen in gematigde streken, schijnen die onder de tropen ongelijkmatig te dragen, waarbij nog komen de invloeden der menigvuldige veranderingen in winden regen, als de moessons geregeld moesten waaien, en van weken lang aanhoudend weder, als dat in den tijd der kenteringen veranderlijk moest wezen. Daarvan bijv. het verschijnsel, dat men van vele vruchtensoorten er enkele kan vinden in elke maand van het jaar, »njlandrï', noemt het de Javaan, en dat men soms zelfs een algemeenen bloei van eene bepaalde boomsoort buiten den gewonen tijd kan waarnemen.

Veel regen, veel droogte bij de vruchtzetting, veel wind daarna geven eene slechte opbrengst, »kemling/cingngen", even goed als ter afwisseling met een goed jaar geschiedt. Alle boomsoorten van het erf zijn er gevoelig voor; het minst nog de klapa's en de pisang.

Kreeg men door de productie van 1897, toen de vruchtzetting zoo door aanhoudende regens werd tegengegaan, eensdeels zekerheid van niet te veel waarde aan den boom te geven: men ontliep daar zelfs de kans voor, indien tot schatting moest worden overgegaan, door zulks, behalve door de bezitters, te laten doen door lieden, die gewend zijn den nog aan den boom hangenden oogst te koopen, en welke laastgenoemden bovendien konden opgeven het verschil met goede vruchtenjaren.

Met die toelichtingen kan men aannemen, dat het opgegeven geldswaardige bedrag van het jaarlijksche beschot beneden de werkelijkheid is. Alleen nu de vruchtdragende boomen dus nemende per baboe, kregen wij de volgende uitkomsten:

Sluiten