Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ieder bouwt zijn eigen huis en vervaardigt hetgeen hij noodig heeft aan gereedschappen. Wel vindt uien verdeeling van arbeid, maar dicht bij de hoofdplaatsen; hoe verder men zich daarvan verwijdert, hoe meer ieder in alles tracht te voorzien. De spoed, waarmee het geld moet verdiend worden, maakt dat ook in de wildernissen en aan den rand daarvan inderdaad eene soort van verzamelingsDijverheid is ontstaan, maar wier opbrengst uit dpn aard der zaak niet in verhouding staat tot de belooning, die uit eene voortgezette exploitatie zou verkregen worden; en die daarom gewooulijk weer dadelijk zich vereenigt met ambachts- en handelsnijverheid.

Doch waar ook de nijverheid wordt uitgeoefend, 't zij dicht bij de bosschen, of in de sterkst bevolkte streken: immer heeft zij het karakter van noodvverk en van bijverdienste, ter aanvulling van hetgeen de grond te weinig' oplevert voor de behoefte. De verzamelaarster van boschproducten, de weefster, de mattenvlechtster, de pottenbakster scheiden met haar bedrijf uit, evenals de meeste verkoopsters van sirih, vruchten, rijst en eetwaren, zoodra de grond haren arbeid vraagt, of als een goede oogst genoeg voorraad in huis bracht. .Maar indien sawah of tegal beplant zijn, en reeds een of twee maanden vroeger, te zamen van December tot Mei, dus in den perodieken tijd van schaarschheid, moet ieder de handen uitsteken, en als hij zelf daarmee niets verdient, vader of moeder van noodzakelijk werk ontlasten, om hun daardoor tijd te geven tot het verrichten van dadelijk geld gevenden arbeid. Het kind, zoodra het er sterk genoeg toe is, doet mee als de andere leden der familie. De inwonende grootouders, al zijn zij oud en gebrekkig, werken dan voor den kost, ofschoon hunne bijdrage slechts een geknutsel is, zooveel halve centen waard, als er uren aan besteed worden. Een blinden grootvader zagen wij schoffelen op bet erf, waarop zijn zoon woonde, voelende met den voet naar de plaatsen, waar onkruid en grassen opschoten. Terwijl de dochter naar de pasar en hare echtgenoot naar de velden was, zagen wij de grootmoeder, die niet meer loopen kon, al spinnende op een zuigeling passen. Al die arbeid wordt bij tusschenpoozen

Sluiten