Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn er tal van vrouwen, die van 10 en 20 paal ver komen, om gaarne alles op te koopen. Daar de visscher aan de Zuidkust altijd opiumschuiver is en meer noodig heeft naarmate hij zich meer vermoeit, blijft hij in tijden van geringe opbrengst 's nachts thuis, trachtende dicht bij de kust over dag iets machtig te worden. Het zijn niet de luien, die een paar keer per jaar naar de, mijlen uit de kust gelegen, klippen varen, en daar met wat rijst en opium een week en langer verblijven om vogelnestjes te verzamelen. Zij gaan daarheen in gezelschappen van vijf tot acht personen, en brengen een oogst thuis, die voor elk hoogstens een katti zwaar is, en door Chineezen voor 8 tot 16 gulden wordt opgekocht. Is niet ieder tot dit bedrijf vol gevaar in staat, daarentegen wel tot het visschen, en die geen prauw bezit, anders overal te koop voor vijf gulden, leent die van den buurman.

Op de rowo's en rivieren is de visscherij van minder beteekenis. Waar niet veel stroom staat, plaatst men sèro's rondom de plekjes, waar eenige maanden te voren rijs- en bamboe-takken tot broed- en kweekplaatsen werden gezonken. De oogst wordt per persoon en per jaar op enkele guldens geschat.

Liever schept men de visch, zooals op de rivieren. Een schepnet, twee gulden kostende, en een prauwtje

niet veel meer waard, is alles wat er toe noodig is. Twee lieden gaan daarmee tegen den avond eenige uren ver de rivier op. Een van beiden zet zich omstreeks middernacht aan het einde der prauw met de pagaai en houdt het vaartuigje aan den oever, terwijl zijn kameraad met het schepnet aan het andere einde staat. Tegen den morgen keeren zij terug, om de vrouw tijdig met de vangst naar de markt te doen gaan. Als de regens uitscheiden en de gogo begint te rijpen, van Maart tot Mei, heeft men den »mongso oedikkan', waarmee de nachten worden aangeduid, dat de visch »evenals te grabbel geworpen geld" voor het opscheppen is, en dat de vangst per nacht verscheidene guldens waard is. In gewone tijden verdient men niet meer dan 20 of 30 cents, ongerek^H de nachten dal men niets vangt.

Sluiten