Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geraakt, en niet meer is, zooals de Javaan van den arèn zegt, als eene maagd onder de vrouwen, »bogor roro". De vrouwelijke bloemkolf schiet het eerst, en doet aan den geheelen boom den naam »wadjèg", geven. Eene maand later volgt de eerste mannelijke bloemkolf, na een jaar de tweede en nog een jaar later de derde, tijdstippen die achtereenvolgens worden aangeduid met *kadi", »gëtak" en *klantang". Daar men de mannelijke kolven voor de aftapping gebruikt, en daarmee begint, telkens nadat zij geschoten zijn, dienen die woorden tegelijk om de waarde van den boom aan te geven. Met elk jaar toch wordt die minder en het derde, en anders het vierde, jaar is zij zoo gedaald, dat de moeite der sapwinning niet meer beloond wordt. Is de oogst bet eerste jaar overvloedig of schieten er twee kolven tegelijk uit, *doplangvan welke men tapt, dan sterft de arèn wel eens het jaar daarna; is daarentegen de oogst klein, dan gebeurt het dat hij nog leeft, als de elk jaar lager uitschietende kolven den grond raken. Men kan dit niet vooruit zien, doch gewoonlijk is de arèn het vierde jaar na de eerste aftapping dood; anders leeft hij dertig jaar en meer. In de wildernis koopt men een reeds toegeëigenden boom, waarvan nog niet is getapt, voor f 1.50; die een jaar in bewerking was voor f 1 en die reeds twee jaar werd afgetapt voor [ 0.50. Indien men niets anders zou doen dan sap winnen en suiker bereiden, zou de opbrengst van vijf boomen voor de behoeften van een huisgezin voldoende wezen. Dit doet hier niemand, want dan zouden er arènaanplantingen bij de buizen moeten staan. Nu men de boomen in het bosch moet gaan zoeken, soms een paal en verder van het dorp, en die eiken morgen en eiken avond om het gewonnen sap moet beklimmen, kan men zich voorstellen, dat die arbeid moeilijk en niet zonder gevaar is tevens, en dat een huisgezin één, hoogstens twee boomen in geregelde exploitatie heeft. De kolven schieten eensklaps, zoo onverwachts, uit, dat men het benoemt met hel woord •djonggoldat men ook zegt van een persoon, die, zooals de gemeenzame spreekwijs luidt, u in eens voor den neus staat. Eene maand later kan men met de sapwinning beginnen. Dit geschiedt op bepaalde

Sluiten