Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die aan de kanten groeit. Deze wordt op de plaats verkocht aan opkoopers of zelf naar de hoofdplaatsen gevlot. De prijs op de plaats is Ongeveer f 8 per 100 en te Toeloeng-Agoeng f 12 tot f 15. De voorraad is beperkt, want anders zou de verdienste groot zijn, daar men voor het kappen, vlotten en verkoopen mede op 50 cents per dag rekent. De groote massa bamboe wordt gehaald langs de Brantas en hare zijrivieren, waar hij, naarmate van den groei verder of dichter bij het water en de bevolkte streken, op de plaats f 8 tot f 12 per 100 waard is, maar het vervoer op zich zelf zoo weinig zou opbrengen, dat de eigenaars zeiven dat werk moeten doen.

GRAS SNIJDEN.

Nog een voortbrengsel der rowo's, behalve eenige bMren en vruchten van waterplanten, is het gras, waarvan men in een dag genoegzaam snijdt, om den volgenden dag met een prahoe naar de 12 paal verwijderde hoofdplaats te vervoeren, en voor 1 gulden te verkoopen. Als men nu een derden dag er bij neemt voor den terugkeer, dan zou de verdienste ruim 30 cents zijn. Dit gebeurt alleen als in den tijd der sawahbewerking of van sterke droogte geen ander gras te krijgen is, omdat hetgeen van de rowo komt minder voedzaam wordt geacht. Het gras snijden en verkoopen brengt per dag voor een volwassen man anders zooveel op als een dag koeli-loon. Eenige uren in den morgen, dan eens korter dan weer langer, daartoe met snijden door te brengen op de sawah's, of, na eerst verlof te hebben gevraagd, op de beplante tegal's, en het gesnedene 's middags ter pasar te verkoopen, verzekert een loon van 30 cents, hetgeen tegen Nieuwjaar of na den oogst dikwijls stijgt tot 50 cents. Een heele stand van lieden leeft van het gras snijden, maar men moet er ook telkens den geheelen dag beschikbaar voor hebben; toch kan de landbouwer even goed als zijn aankomende zoon, indien zij verkiezen, aan dat bedrijf meedoen, al heeft de een er den vollen tijd en de ander de geheele kracht niet toe, omdat ook minder

Sluiten