Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het huisgezin, waartoe zij behooren. Vooral geldt bet van deze nijverheid dat de voortbrengselen een beperkten afzet hebben; en dit spreekt wel van zelf, daar in de landbouwersgezinnen ieder daarvan maakt, hetgeen hij noodig heeft. De koopers zijn degenen, die geen grond buiten hunne erven hebben; de bewoners der steden, die geheel van een bedrijf of nering leven, in het kort dus lieden, die niet tol de landbouwers behooren. Het bamboe-werken is onbeduidender in zijne opbrengst dan men gewoonlijk denkt; le meer omdat het vervaardigen der groote en kostbaarder voorwerpen, zooals balé-balé's en andere banken of zitplaatsen, daken en vloeren van schuiten, paggër's van woningen, e. z. m. zelden aan anderen opgedragen wordt, maar gewoonlijk in persoon, ook al is men handelaar of ambachtsman, wordt uitgevoerd. Hetgeen overblijft, bepaalt zich tot het vlechtwerk voor borden, schotels, manden, waaiers enz. in de tallooze vormen en afmetingen, die men voor enkele centen op de pasar's koopen kan. Eene mand om rijst in te sloomen, »koehoessan", koopt men voor 7 cents, en zij kost zes uur aan het snijden, klieven, afschrapen en fijnwerken der reepen, benevens drie uur aan hel vlechten. De horde om de rijst op koel le houden, maakt men in zes uur, en kost eveneens 7 cents. De waaiers voor hel vuur, »ilir", kosten drie uur arbeid, en brengen'2 cents per stuk op. Horden om groenten te laten uitdruipen, en dergelijke zaken brachten geen cent per uur arbeid op. Evenzoo gaat het met het eigenlijke mandenwerk; zoodra men niet in de fijnere kunstwerken komt, maar blijft bij de ruwere tompo's, de tènong's, de tampah's en al zulke voorwerpen, die in ieder huisgezin, van den Regent lol den arasten landbouwer, van dezelfde soort, van dezelfde fijnheid worden aangetroffen ; dan worden die alle vervaardigd tegen eene vergoeding van hoogstens een cent per uur arbeid, terwijl betgeen gemaakt wordt nog maar bij niet te groote hoeveelheden verkoopbaar is.

Twee vlechtwerken noemde ik nog niet, de krandjang's en de kèpangs, die altijd afzet vinden. In één dag klieft men 5 hamboe ori en vlecht er twee krandjang's van, met eene winst van 25 cents. De képang's kosten telkens een

Sluiten