Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieelen bamboe van 5 cents, en kunnen, door wie hard doorwerkt, in drie uur worden afgemaakt; deze hebben 3 X ^ voet oppervlakte, vereisclien niet veel handigheid cn brengen 10 cents per stuk op.

POTTEN BAKKEN.

Een tak van bedrijf, dat zich spoedig laat aanleereu, is het vervaardigen van potten en pannen. Hel wordt bijna uitsluitend uitgeoefend door vrouwen, meestal echtgenooteu van landbouwers. Weinig is er toe noodig dau de schijf, die men zittende in beweging brengt met den voet, hetzij rechtstreeks, hetzij door middel van een veerkrachtig stuk bamboe, met een touw bevestigd aan een tak van den boom, waaronder men werkt. Op 'n 200 passen builen de kampoug haalt eene pottenbaksier hare klei, en graaft in eeu dag 10 vrachten, zoo zwaar dat zij die telkens op den rug naar huis dragen kan, waar zij dezelve droogt cn in een dag lijn kan stampen. Daarna wordt die geslibd, in klompen op buffelLuiden geplaatst en doorkneed, hetgeen nogmaals een dag vordert. In vijf dagen lijd vormt zij alles tot 100 «Icëndi's", door eerst hel lichaam te draaien en later de afzonderlijk gemaakte halzen, tuiten en handvatsels aan te brengen. Indien alles luchtdroog is, bakt zij het aardewerk mei drie pikol's bout van 20 cenls in vier uur gaar. Aannemende dal er geene braken, heeft zij de keus hel heele baksel in eens aan een opkooper af te zetten voor f 2 of de këndi's op 5 tol 4 pasar-dagen zelve te verkoopen voor f 2.55. In zeven dagen verdient zij 20 cenls per dag, doch die arbeid is zoo zwaar geweest, dat zij even lang er mee inoetjophouden en met iets anders bezig zijn, afgescheiden nog^dat zij intusschen zorgen moet voor het huishouden. Aarden schotels, »lajah'szijn gemakkelijker te maken. Men vormt er in twee dagen 150 met dezelfde hoeveelheid klei, die boven werd opgegeven; maar omdat daarvoor geen opkoopers zijn, moet de vervaardigsler zelve trachten die van^de hand te zetten, en daartoe ze vrachtsgewijs naar de pasar's dragen.

Sluiten