Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren tegelijk verkoopt, benevens specerijen, këmiri, droge visch enz, de "ba koel grabad" of »toekang grabaddan", is weer geene landbouwersvrouw.

Weinigen van haar verkoopen trassi, maar wel zout, met 25 tot 30 cents winst per dag. Sinds vele jaren is de bevolking van de Zuider Afdeeling gewend aan het witte, grof gekorrelde zout van Soemanap, dat zij in het pakhuis aan de baai van Prigi placht te koopen. Toen is het pakhuis in het belang der bevolking in het middenpunt der bewoonde streken geplaatst, maar gevuld met het gele, waarschijnlijk meer bitterzouten bevattende, zilt van Margaléla, en eensklaps viel het debiet van 30 kojang's per maand tot slechts enkele pikol's, terwijl op de een halven paal daarvandaan gevestigde pasar, evenals op de andere markten, zich een aanzienlijke zouthandel heeft gevormd. Dit tot verklaring hoe dat, met een pakhuis in de nabijheid, men zich voorziet te Panggoel, dat van de grens der Afdeeling, langs een zwaren bergweg, 20 paal verwijderd is. Een pikol zout kost daar f 5.92 en wordt aan opkoopers onder Trengalek in eens overgedaan voor f 7.50, tenzij men zelf het in het klein op de pasar's verhandelen wil. llit een pikol krijgt men ongeveer 160 kopjes, die, tegen 5 cents het kopje, f 8 opbrengeu.

Wij hebben in het eerste stuk, bl. 61 volgg. van den padi- en rijsthandel gewaagd. Daartoe nog de volgende bijzonderheden.

PADI EN RIJST HANDEL

Het zijn de vrouwen van landbouwers, die van den eigen oogst met de rijst bij de Chineesche opkoopers terecht komen. Dit verkoopen is geen dagelijksch werk en dient om geld te krijgen voor nieuwe kleeding, voor een bruilofsfeest, voor het betalen der landrente. Dagelijksch werk wordt die handel eerst later als de voorraad padi bijna verbruikt is. Dan stampt de vrouw enkele der weinige gèdéng's die overblijven, en gaat met de rijst ter markt, om eenige centen duurder dan den gewonen prijs te verkoopen. Zij weet dat een

Sluiten