Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde pasar te mogen verkoopen. Zij zetten zich met het verkregene dan ergens neer, verkoopen nog meer in het klein dan de eerste koopvrouw, en trachten zoodoende eenige centen te verdienen boven de som, die zij voor het in commissie hebbende zullen moeten betalen. Verkoopen zij niet alles of niet met wiust, dan geven zij het overgeschotene en het verkregen geld aan de eigenares terug, die voor de moeite aan de verkoopster eene belooning in natura schenkt. Dit heet oèbèr". Nog minder, is het geen handelen meer, maar wordt het een soort van gekwansel.

RUILHANDEL

Met de noodige omzichtigheid en voorzorgen is men te weten gekomen, wat een groot aantal vrouwen voor hare inkoopen mee ter pasar namen, en wat zij daarvan terugbrachten. Naar de groote pasar's vond men op 100 vrouwen 2, die meer dan /' 5 bij zich hadden; de eene moest een feest geven, de andere katoen koopen. Al de anderen hadden minder bij zich dan f 1. De meesten slechts 25 cents of minder. Wie 50 cenls tot f 1 hadden, moesten casavn of rijst koopen of schulden afdoen. Bij de grootste helft vond men aan geld enkele centen en de rest aan producten van den meest verschillenden aard. Deze had eene mat en een pakje arèn-suiker, gene 5 klappér's en 2 pakjes tabak; eene derde 40 pakjes sirih en 20 bosjes kangkoeng-blaren; eene vierde eenige trossen pisang en twee honigraten; eene vijfde twee pandan matten en eene kip; eene zesde een zak kapokeene zevende vruchten enz. Dit alles moet eerst geplaatst worden, voor men aan eigen inkoopen beginnen kan. Gelukkig indien men al loopende, voor het meegebrachte, geld kan krijgen: voor eene kip, voor kapok, voor de matten, voor de klapper's vindt men allicht een opkooper, niet voor de pakjes tabak, voor de sirih- en audere blaren, voor de enkele pakjes arèn-suiker' voor de vruchten, waardoor men soms aan het ruilen moet gaan in natura en tengevolge waarvan, als er geene van wie ruilen moesten in dezelfde omstandigheden

Sluiten