Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cember 19J5 en 10,Mei 1916, drong de Regeering van Groot-Bnitarmie bij Duitschland en Oostenrijk aan op het prijsgeven van hun recht tot requisitie van plaatselijke voorraden van voedingsmiddelen in Polen ten bate van hun legers. Van de zijde van Groot-Britannië was dit een eisch, gegrond op een door Sir Edward 'Grey geformuleerd, en officieel .door bet Ministerie van Buitenlandsche Zaken van Groot-Britannië op 6 Februari 1916 gepubliceerd beginsel. De liaagsche regulaties met betrekking tot de wetten en de gewoonten van oorlog te land geven gelegenheid, volgens Artikel 52, tot requisitie „voor de behoeften van het bezettingsleger". Op dien grond ging het Russische leger in het eerste jaar van den huidigen oorlog over tot requisities op groote schaal in Galicië, dat bet toen bezet hield; voor die requisities is Rusland tot den huidigen dag reusachtige sommen schuldig gebleven aan de vreeselij'k geteisterde Poolsche bevolking van die provincie. Op den zelfden grond bebben Duitschland en Oostenrijk-Hongarije groote hoeveelheden voedingsmiddelen gerequireerd in de 'Russische gebieden, voor welke requisities Duitschland en Oostenrijk-Hongarije gedurende de laatste paar maanden contant betalen, terwijl de verplichtingen van Rusland nog steeds open staan. Ongetwijfeld vormen de requisities, gedaan door de legers van de twee met elkaar worstelende machten, een ontzaggelijke last voor de Poolsche "bevolking. Maar dit brengt geen wijziging in het feit, dat voorvallen van dien aard het onvermijdelijk lot zijn van ieder door den oorlog geteisterd land en dat het internationale recht zulke requisities toelaat.

Duitschland en Oostenrijk-Hongarije gaan gebukt onder den druk van de door Groot-Britannië gehandhaafde blokkade. Derhalve gaat het ontegenzeggelijk de perken te buiten, als van Duitschland en Oostenrijk-Hongarije geëischt wordt, dat zij van de voordeelen, die hun door internationaal recht in een bezet land worden gelaten, afstand doen, en het is moeilijk te veronderstellen, dat de 'Regeering van Groot-Britannië in onwetendheid verkeert, wat den wettelijken status van het vraagstuk aangaat. Te pijnlijker is het derhalve voor mij, als ik moet vaststellen, dat gedurende vijf lange wintermaanden, toen Polen het het hardst te verantwoorden had, Sir Edward Grey er op aandrong, dat Duitschland en Oostenrijk-Hongarije waarborgen zouden geen, dat de „in bet land zelf voortgebrachte voorraden van voedingsmiddelen op geenerlei wijze zoude mogen dienen voor het onderhoud van het bezettingsleger". In andere woorden: hij drong er op aan, dat Duitschland en Oostenrijk-Hongarije afstand zouden doen van de voordeelen, waarop zij onder internationaal recht aanspraak hebben, een eisoh, welke de grenzen, door dat recht bepaald, overschrijdt, en die dus zoowel onwettig is als ook onuitvoerbaar. Vijf maanden later heeft de Regeering van Groot-Britannië de onwettelijkheid van Sir Edward Grey's eisch ingezien en heeft ze die voorwaarde laten vallen, maar wie zal aan Polen de levens teruggeven van zoovele slachtoffers, in het bijzonder vrouwen en kinderen, die gedurende die vreeselijke wintermaanden gered

Sluiten